Secretariaat en correspondentieadres: Bruno Verhavert
Zandstraat 117 - 2980 ZOERSEL
tel.  03/ 2980 854
E-post:
heemkundige.kring.zoersel@zoersel.be
Heemkundige Kring Zoersel vzw
 
H.K.Z. MEDEDELINGEN 2013 / 1

Voorwoord driemaandelijks, winter 2013

De bladzijde 2012 is reeds voor méér dan een maand gekeerd.
We schrijven 2013 en dus ons 36ste werkingsjaar. En laat mij het toch nog maar doen om, waar ik nog niet persoonlijk de gelegenheid heb gehad, iedereen een succesvol jaar toe te wensen.
Het zier ernaar uit dat 2013 in verschillende opzichten een jaar van verandering en transitie is of zal worden.
Sinds 1 januari 2013 is onze Gouwvoorzitter Karel Van Den Bossche, zoals hij reeds een jaar geleden had aangekondigd, op 79-jarige leeftijd teruggetreden als Gouwvoorzitter en opgevolgd door Ludo Helsen, die na zijn pensionering als gedeputeerde Cultuur bij de Provincie Antwerpen, zich actief wil inzetten voor Heemkunde, om zo de Gouw Antwerpen nog meer uitstraling te geven. Geen gemakkelijke opdracht als opvolger van een eminent iemand als Karel.
Sinds 2 januari 2013 is in de 6-jarige cyclus van gemeenteraadsverkiezingen een nieuw gemeentebestuur aangetreden, dat met meer dan de helft nieuwe gezichten is opgevuld. Het vooropgesteld NV-A succes moet zich op dit ogenblik natuurlijk in een aantal concrete structuren en visies vertalen. De hamvraag blijft of er in de huidige constellatie inderdaad de nodige verandering zal komen waar de Zoerselaar zwaar op heeft ingezet.
Dit betekent ook dat er binnen kort een aantal adviesraden opnieuw zullen worden ingevuld. Dit wil zeggen dat belangstellende inwoners (en leden) die menen in de ene of andere raad iets te kunnen betekenen zich hiervoor kunnen opgeven bij de gemeente.


Museum ‘de GROOT ZOERSELSE GESCHIEDENIS’
met thema  ‘TUSSEN de DODEN’


Brons- en ijzertijdbegravingen in Zoersel
Elke zondag open vanaf 2 december 2012 tot 24 maart 2013 van 10,00 tot 17,00 uur. Inkom gratis.


Ook voor onze kring is het een nieuw werkingsjaar. Het past dan nog even terug te blikken op het vorige. In onze rubriek “Wat voorbij is “ kan u hierover uitgebreid lezen. Het te drukke jaar 2012 bracht ons 5 tijdelijke tentoonstellingen. Dit geeft ons nu de gelegenheid om hierover enkele inhoudelijke teksten te publiceren.
Zij werden meestal tekstueel gebruikt bij de tentoonstellingen, bezwaarschriften en toespraken.
Het Consciencejaar is meer dan succesvol afgesloten. Toch dienen wij de herinnering aan Hendrik Conscience ook vandaag verder uit te dragen. Wij zullen in de verschillende mededelingen van 2013 zijn levensverhaal brengen, waarvan nu dus deel 1.
Als vervolg op de erfgoeddag 2012 en de tentoonstelling die we brachten in het NALAH te Halle publiceren we hier de tekst die we daarvoor schreven over “Trien Van Hemeldonck”.
Via ons bestuurslid Leo Hermans kwamen we ook in het bezit van een kroniek geschreven door Zuster Isidora van de Zusters Norbertinessen uit Duffel. Zij geeft een volledig relaas over de periode vanaf het bombardement in Duffel in 1914, hun omzwervingen in Merksplas en Hoogstraten met hun definitieve vestiging in Sint Antonius Zoersel. We brengen dit verhaal in drie delen.
We waren ook voortrekkers en belangrijk in de ruimtelijke ordening dossiers van zowel Nirotrans als Risschot/Le Bon. In de rubriek “Goed om weten” vindt u de motivering, de argumenten waarop we ons baseerden. Initieel werden beide dossiers door de Gemeente Zoersel geweigerd. De Bestendige Deputatie van de Provincie Antwerpen heeft deze beslissingen verworpen en de dossiers toch goedgekeurd. We zijn dan vandaag ook tevreden dat zowel in het dossier Nirotrans, waar de gemeente bij de Raad van State in beroep ging als in het dossier Le Bon, waar enkele bewoners in beroep gingen bij de Raad voor Vergunningsbetwistingen. Hopelijk kunnen beide dossiers worden teruggedraaid, dan was onze dagenlange inspanning toch niet voor niets.
Ook konden we binnen de cultuurraad met Davidsfonds Halle mee bewerkstelligen dat ons bestuurslid en Voorzitter van de Vrienden van het Boshuisje en het Zoerselbos, Leo Cautereels, de cultuurprijs 2012 kreeg. Wij drukken in deze ‘HKZ-Mededelingen’ de oorspronkelijke integrale laudatio, die ik bij de uitreiking uitsprak, in extenso af.
Natuurlijk moeten we ook vooruitblikken.
Op dit ogenblik is nog tot eind maart de tentoonstelling “Tussen de doden” lopend. De belangstelling blijft groot, zowel van binnen als buiten de gemeente. Ook veel (amateur)archeologen en deskundigen bezoeken de tentoonstelling. In het nieuwe Vlaamse Archeologisch Tijdschrift IN SITU zal in het aprilnummer een uitgebreid artikel hierover verschijnen. De tentoonstelling blijft elke zondag open van 10.00 tot 17.00 uur en dit tot 24 maart 2013. Anderzijds betreuren we het dat de Zoerselse scholengemeenschap geen interesse toont voor dit onderwerp, op enkele uitzonderingen na.
Toch vinden we dat we in 2013 wat gas moeten terugnemen.
Zonder dat we over een sabbatjaar willen spreken beseffen we dat het tempo van 2012 niet vol te houden is, en dit op vele vlakken.
Persoonlijk wil ik wat tijd inbouwen voor bezinning en reflectie. Misschien leggen we wat andere accenten, die we verwaarloosden…misschien is het wel na 37 jaar de tijd om erover na te denken om binnen afzienbare tijd de fakkel door te geven.
Wel kan ik aankondigen dat we in april/mei een statutaire vergadering plannen met terug een gezellig samenzijn, een traditie die we wensen in ere te houden. Al was het maar om de vriendschap nog eens op een culinaire manier te beleven. Meer hierover in een volgend mededelingsblad en misschien wel tot dan.

Jan Denissen, Voorzitter
Wat voorbij is…

1.Hendrik Conscience

Begin 2012 pakten we in ’t Heemhuisje’ uit met een uitgebreide Consciencetentoonstelling. Deze was inhoudelijk zeer goed gedocumenteerd met tekst en fotomateriaal. Tevens konden we zeer veel boeken presenteren, waarvan nogal wat eerste drukken. Hiervoor konden we beschikken over de verzameling van Dokter Martens uit Wijnegem, die ons zijn materiaal uitleende, waarvoor dank. Wij zijn bovendien de gemeente en de cultuurdienst dankbaar dat we tentoonstelling ook gans de zomerperiode konden opstellen in de patio van het gemeentehuis, waardoor honderden bezoekers de kans kregen deze tentoonstelling te bekijken.
Toch mogen we Conscience na dit jubeljaar niet vergeten. Conscience moet een begrip blijven dat bij de vele komende generaties in ons historisch geheugen gegrift blijft. Daarom brengen we dit jaar, in onze mededelingen, het verhaal in drie of vier afleveringen.

DEEL 1: HENDRIK CONSCIENCE 1812-2012
In de overzichtstentoonstelling van 2012 beoogden we niet alleen zijn leven te reconstrueren, maar wat in deze context misschien veel belangijker is, thematisch aandacht te schenken aan de betekenis van Henri Conscience.
Deze facetten zijn veelzijdig. Vooreerst is er natuurlijk zijn literaire carrière, maar ook het leven van deze man was veelzijdig en flamboyant! Wat was zijn betekenis voor de Nederlandse literatuur en de ontwikkeling van de Nederlandse taal/Vlaamse Beweging in deze zeer moeilijke en turbulente tijd?
In de verschillende voordrachten die hierover vorig jaar in de gemeente Zoersel en Schilde werden gehouden, werden reeds vele aspecten benaderd en toegelicht door verschillende vooraanstaande deskundige sprekers.
Vele eerdere Consciencekenners hebben hem met veel lof overladen, anderen waren ook niet te benauwd om zijn kleine kantjes in de verf te zetten. Door tijdgenoten met wierook besprenkeld maar verguisd door de Tachtigers. Belangrijk is dit verhaal zo realistisch mogelijk te situeren in zijn tijd.
Deze tijd is helemaal niet vergelijkbaar met 2012.
Hij heeft als zoon van een Frans immigrant de Napoleontische tijd meegemaakt als kind. Als tiener maakte hij de overgang mee van de tijd onder Willem I naar een onafhankelijk België. Alleen verliep dit allemaal niet zo eenvoudig als dikwijls uit de geschiedenisboeken blijkt.
Plaats van dit scenario en verhaal is Antwerpen. Een sociaal zeer onrustige en onzekere tijd met veel miserie, slechte gezondheidszorg en massaal veel kindersterfte.
Henri was de zoon van een Frans afgezwaaid soldaat die zich in Antwerpen vestigt. Als kind had hij kinderverlamming en was hem medisch geen lang leven voorspeld. Deze omstandigheden geven hem de kans om veel te lezen en te studeren. Hij bezat aanleg en begaafdheid om te studeren. Als tiener beheerst hij het Frans, als zijn moedertaal, het Nederlands en had hij de kans gezien om in een Engelse fabriek in Borgerhout Engels onder de knie te krijgen. Dit was niet dikwijls weggelegd voor kinderen die niet tot de aristocratie behoorden.
Als 16-jarige wordt hij dan ook hulpleraar.
Ontdekkend dat dit niet zijn roeping is en om te ontsnappen aan de tirannie van zijn stiefmoeder wordt hij in 1830 vrijwilliger in het jonge Belgische leger, nadat hij zeer intens de verovering van Antwerpen door de patriotten op de Nederlanders heeft beleefd. Hij tekent voor twee jaar als vrijwilliger, periode die reeds in het tweede jaar tot vijf jaar wordt omgezet.
Dusdanig zwerft hij als militair door Vlaanderen. Het feit dat de soldaten ingekwartierd werden bij burgers en boeren geeft hem de gelegenheid om heel wat sociale wijsheid op te steken. In deze periode leert hij de Kempen zeer goed kennen. In Balen leert hij Bethken kennen, zijn eerste liefde. Hij was zelf gekazerneerd in Venlo wat hem in zijn roman De Loteling goed van pas kwam. Hij eindigt zijn militaire tijd als leraar in de regimentsschool te Dendermonde nadat hij gedegradeerd was.
Hij keert terug naar huis te Antwerpen maar heeft het niet breed. Anders gezegd, hij weet niet goed van wat hout pijlen maken.
Gemotiveerd door zijn jeugdvriend Jan De Laet waagt hij zich aan zijn eerste schrijvelarijen. Hij schrijft historische romans, nadat hij zich grondig in de geschiedenis had kunnen verdiepen. Het Wonderjaar, De Leeuw van Vlaanderen en Jacob Van Artevelde getuigen hiervan. Als patriot en Belgicist beleeft hij zowel in Antwerpen als in Gent de prille ontwikkeling van de Vlaamse Beweging. De genoemde boeken ondersteunen deze tendens.
In Antwerpen treedt hij toe tot de literaire elitaire beweging “De Olijftak”.
Als niet begoed kind uit het gewone volk, streeft hij er bovendien naar om met alle middelen en mogelijkheden die hij heeft er een zeer flamboyante levenstijl op na te houden. Hij beweegt zich op zijn manier in de bovenklasse van de bevolking waar hij snel geestesgenoten vindt. Dit onderstreept maar hoe schrander hij was.


2. Zoerselse heldinnen
op het voorplan tijdens de Erfgoeddag op 20/4/2012

Voor onze deelname aan erfgoeddag 2012 stelden we een tentoonstelling samen rond enkele Zoerselse heldinnen. We brachten het verhaal van Melle, de waardin van het Boshuisje, het levensverhaal van Yvonne Reynders, de grootste wielrenster die België ooit gehad heeft en woonachtig is te Sint-Antonius - Zoersel. Verder belichtten we de Zusters van het Convent van Bethlehem en hun directrices.
We schonken aandacht aan de Zoerselse bakel Mie Man en aan de Zoerselse burgemeesteres Trien Van Hemeldonck.
Aansluitend hierop brengen we het Relaas van Zuster Isodora.
Voor de tentoonstelling schreven we een uitgebreide tekst om de persoon van Trien Van Hemeldonck te schetsen in haar tijd en in de omgeving waarin ze leefde. Ook deze tekst nemen we integraal op.

1. - 88 jaar Zusters van het Convent van Bethlehem in Sint-Antonius Zoersel -
DEEL 1:

Het afscheid in Zoersel

De negentien nog overblijvende zusters van het psychiatrisch centrum Bethaniën en van het algemeen ziekenhuis Sint-Jozef hebben in mei 2012 hun stek in Sint-Antonius definitief verlaten. Wat ze achterlaten is een immense erfenis aan gebouwen en medische diensten. Het was dan ook evident dat de zusters feestelijk werden uitgewuifd. In het administratief centrum Bethaniënhuis werd op 31 mei een gedenkplaat en een klok onthuld als blijvende herinnering en dankbaarheid. De klok was een geschenk van de zusters en hing vroeger in de keuken, de huidige raadzaal. Het luiden van de klok was het teken dat het eten klaar was en naar de paviljoenen kon gebracht worden.
Het gebouw van het laatste verblijf van de zusters in het Convent van Bethlehem staat nu leeg.
Reeds eenige dagen was er volop goud geblazen!! Menu’s, feestwenschen, ’t zou allemaal in ’t goud zijn.
In de kapel, op de cour, in refter, in gangen en wegen is alles, zwart, geel, rood! Geen plaatsken hoe afgelegen ook, of er wappert een vaantje. De groote zaal is in een prachtig feestgewaad gedoscht, ze is in een kleinen hemel herschapen. Zie plechtigheden bij vorige Jub.
1921
De tweede maand van dit jaar begint met een onderhandeling nopens het bouwen van een gesticht. E. Moeder, Moeder Paula, zijn naar Brussel om met M. Dom, Algemeene Bestuurder daarover te spreken. Edoch, dat is nog niet voldoende. Heden 18 Februari, zijn E. Moeder en Moeder Paula naar Mechelen om aldaar opnieuw over den opbouw te onderhandelen. De 25 begeeft E. H. Directeur zich nogmaals naar ’t Bisdom. Tot heden geen vasten uitslag.
Aan onze geliefde zielen, is in den loop van de maand Augustus, ter gelegenheid van het 30 jarig in het klooster zijn van onze duurbare E. Moeder een buitengewone vreugde ten deel gevallen.
Op zekeren dag stond een speciale tram gereed voor het kasteel. Nieuwsgierig vroegen de bewoners zich af wat er ging gebeuren, toen ze opeens in goede orde, meer dan 300 zieken, een 50tal zusters en 2 geneesheeren, benevens den Heer Directeur, zagen te voorschijn komen die allen plaats namen in de voor hen bestemde rijtuigen. Nog eenige ogenblikken en ze waren op weg naar het genadeoord van O.L.V. van Lourdes te Meerseldreef. Juist als elke regelmatige processie werden zij door de paters en misdienaars afgehaald. Voorzeker zal er niemand gedacht hebben dat ze met arme krankzinnigen te doen hadden, zoo regelmatig toch ging er alles aan toe! De E. Pater, geleidde ons na de H. Mis naar de grot alwaar hij een gelegenheidssermoen doet en ons verzocht nog een tweede reis naar Meerseldreef te doen. 6

O! Wat moet O.L.V. met een genadigen blik op die menigte hebben neergezien. In de maatschappij van geen aanzien, wordt elk hunner door haar behandeld als een kind - die liefdevolle moeder sluit niemand uit. Allen zijn haar welkom.
Na ‘t sermoen worden allen op koekjes en op een glas bier vergast. Wat hebben zij er deugd van! Wat zal het aandenken van de reis van Meerseldreef lang in het geheugen blijven, en meteen een dankbare herinnering aan onze duurbare E. Moeder en E.H. Directeur, die dit alles bewerkt hebben. In de maand Juni van hetzelfde jaar hebben onze zieken nogmaals ter bedevaart geweest naar O.L.V. van Minderhout.
Ditmaal was het heel vroeg te doen. Evenals in Meerseldreef zongen de zusters de mis. E. H. Pastoor de Boucque hield na ’t evangelie een hartelijk welkom en had er zich door een degelijk sermoon op voorbereid ons te ontvangen. Hartelijk voldaan keerden wij allen huiswaarts.
(wordt vervolgd)
2. - Trien (Catharina) VAN HEMELDONCK
Om de betekenis van de politieke loopbaan van Trien Van Hemeldonck (1884 - 1960) te kunnen plaatsen is het nodig en belangrijk om even de algemene context te geven. Locale geschiedenis heeft hoe dan ook altijd haar verbanden met de grote geschiedenis.
Catharina Van Hemeldonck werd te Zoersel geboren op 22 mei 1884. Zij was dus dertig jaar toen de Grote Oorlog uitbrak. In het Koninkrijk België, waar toen Koning Albert I regeerde, ontwikkelden zich na 1918 enkele zeer belangrijke tendensen.
Sociaal-economisch zien we de industriële expansie geleid door een triomferende rijke burgerij met de opkomst van de werknemersorganisaties van haar vroegere grandeur verliezen. De BWP (Belgische Werklieden Partij, later Belgische Socialistische Partij) speelde hierin een belangrijke rol.
We zien het ontstaan van sociale verworvenheden door de arbeiders. Vanaf het einde van de 19
de eeuw ijverden zij om de kinderarbeid te verbieden, de duur van de arbeidsdag te verminderen (9 uur in 1909), het verkrijgen van werklozensteun en het invoeren van algemeen stemrecht. Ook werd in 1914 de schoolplicht ingevoerd van 6 tot 14 jaar.
De Vlaamse Beweging realiseerde na de vernederende dominantie door de Franstaligen (regering, leger en de bourgeoisie) de ene na de andere doorbraak naar erkenning. Tal van Vlaamse wetten worden gestemd. In 1872 spreken de Vlaamse rechters Vlaams, in 1878 spreken de rijksambtenaren u in het Vlaams aan, in 1883 wordt Vlaams de voertaal in het middelbaar onderwijs, in 1884 wordt de normaalschool van Gent opgericht voor het klaarstomen van Nederlandstalige onderwijzers en in 1898 worden alle wetten in twee talen gepubliceerd in het Belgisch Staatsblad.
Het ontstaan van trams en buurtspoorwegen, maar ook de fiets, veroorzaakten een diepe wijziging in het leven van de dorpen. Op een kwart eeuw tijd bestonden er geen afgelegen dorpen meer. Het platteland werd met de stad verbonden en nam geleidelijk de stedelijke mentaliteit over.
In deze periode werd eveneens de algemene dienstplicht ingevoerd.
Meer dan de gedenkplaat zou het behoud van dit huis een blijvende waardering betekenen. De Heemkundige Kring Zoersel doet daarbij een dringende oproep aan het verantwoordelijk bestuur om een passende functie te vinden en niet aan afbraak te denken. We kennen nog plaatsen waar gedenkplaten de triestige afbraak maskeren!

De vlucht uit Duffel in 1914

Duffel was gelegen tussen de twee fortengordels van Antwerpen. In september 1914 werd het centrum van Duffel door de Duitse artillerie grondig verwoest, waarbij het klooster bijna volledig uitbrandde. 80 zusters en ongeveer 500 geesteszieken moesten hals-over-kop een ander onderkomen zoeken. Met een goederentrein bereikten ze Antwerpen, waar werd overgestapt in een stoomtram met bestemming de rijkskolonie Merksplas.
De situatie in Merksplas bleek onhoudbaar te zijn. Op last van het ministerie van justitie konden ze na 7 maanden verhuizen naar het kasteel in Hoogstraten. Op 16 juni 1915 maakte een trein twee ritten tussen Merksplas en Hoogstraten om iedereen en alles over te brengen. 650 personen, waarvan 570 ‘krankzinnigen’, 70 zusters en 10 assistenten moesten zich aan de nieuwe omgeving aanpassen.
In 1918 was de oorlog wel afgelopen, maar voor de patiënten was er nog geen nieuwe huisvesting. De gelegenheid deed zich pas voor in 1920 toen in St.-Antonius-Brecht een grote eigendom van 28 ha kon aangekocht worden. Zowel in Duffel als in St.-Antonius waren dan de bouwwerken in volle gang. Vanaf september 1924 begon de geleidelijke verhuis naar het nieuwe Bethaniënhuis. Op 12 november werden de laatste ‘woelige zieken’ overgebracht. In Duffel was in hetzelfde jaar de heropbouw ingewijd. 164 patiënten keerden terug naar Duffel, de overigen verhuisden naar het Bethaniënhuis.
De aankomst in het Bethaniënhuis en het relaas van zuster Isidora
Zuster Isidora heeft over de hele periode vanaf de oorlogstragedie in Duffel tot na hun huisvesting in Sint-Antonius een relaas geschreven dat leest als een pakkend tijdsdocument.

Als Maria Christina Swinnen was ze op 5/4/1896 in Neerpelt geboren, trad in het klooster op 8/12/1913 en overleed op 16/3/1990. In een prachtig handschrift schrijft ze zeer gedetailleerd over de voedselprijzen, de rantsoenering en het dagelijkse leven in Hoogstraten onder Duitse bezetting en over de verhuis naar St.-Antonius.
Het eerste gedeelte van deze kroniek, namelijk de oorloogsperiode 1914-1918 wordt begin november gepubliceerd in een oorlogsboek vol getuigenissen. Dit boek wordt uitgegeven door de nieuwe Heemkundekoepel Hertogdom Brabant en brengt uit elke Gouw , nl. Gouw Antwerpen, Gouw Vlaams Brabant en Noord Brabant(Nederland) een dertigtal oorlogsverhalen.Als vervolg van dit verhaal, periode na de oorlog, geven we hieronder letterlijk de tekst van zuster Isidora in originele spelling. Dit is dus vanaf het moment dat er sprake is van de aankoop van de gronden in Sint-Antonius tot aan de definitieve verhuis.
Het jaar 1920 brengt nog eenige merkelijke gebeurtenissen mee. Te St. Antonius-Brecht is een groote ei-gendom te koop, welke ons dunkens best geschikt zou zijn tot het opbouwen van een nieuw gesticht. Die grond zou openbaar verkocht worden op 15 Meert. E. H. Directeur, E. Moeder, zijn dan naar Antwerpen vertrokken, teneinde een persoon te zoeken, welke zich zou gelasten tot aankoopen van dien eigendom. De Z.E.H. Pastoor Peeters, wees ons een zeer treffelijk en betrouwbaar man aan in den persoon van M. Fornville, welke op gestelden dag : gronden met hoef, bouwland en bosschen, gezamenlijk een blok van 28 Ha. uitmakend, daarbij ook nog een huis met hof daar dichtbij gelegen. De koopakte is door E. H. Directeur en door E. Moeder onderteekent.

6 Juni! Nieuw leven! … Voor de eerste maal gaat vandaag de processie van het H. Sacrament. Welke vreugde voor onze zieken! Op de cour is een rustaltaar opgetimmerd. Praalbogen, vlaggen en versiersels worden overal aangebracht. De zieken zijn volop in de weer. Al wat jong is wil een wit kleed hebben om maagdeken te zijn. ’t Was aandoenlijk toen de processie zich in beweging zette. 5 Priesters rond het Allerheiligste geschaard, werden voorafgegaan door misdienaars en wierookers. De zangers galmden hunne schoonste gezangen uit, die hel weerklonken in het rond, zooals in elk doorchristelijk dorp volgden een groot deel onzer zieken en prevelden een vurig gebed “O God, zie met liefde op uwe kinderen neer”!
De dagen volgden malkander snel op! Het is een drukte zonder weerga! Sedert eenigen tijd werden volop toebereidselen gemaakt tot het vieren van een grootsche plechtigheid. Het gouden jubile van 4 onzer zusters. Het waren Moeder Paula, Z. Alphonsia, Z. Brigitta en Z. Gabrielle.
Gelijklopend zien we belangrijke ontwikkelingen in de emancipatie van de vrouw.
Al deze veranderingen gebeuren in Vlaanderen niet gelijktijdig en we kunnen zeggen dat de Kempen en Limburg eerder de achterblijvende gebieden waren.
Op politiek vlak zien we de overgang van het meervoudig elitair stemrecht naar het enkelvoudig algemeen stemrecht voor mannen. Vanaf 15 april 1920 mogen vrouwen gaan stemmen voor de gemeenteraadsverkiezingen en kunnen zij zich kandidaat stellen op de lijsten voor Kamer, Senaat en Provincies. Pas zeer laat in 1948 komt er algemeen stemrecht voor vrouwen vanaf 25 jaar. In Europees perspectief is dit zeer laat.
Toch zien we bij de gemeenteraadsverkiezingen van 1921 vrouwen op het politiek toneel verschijnen. Op 24 april 1921 trokken meer dan 2 miljoen vrouwen naar de stembus om hun stem uit te brengen voor de gemeenteraadsverkiezingen. Over heel België werden 196 vrouwen verkozen, van wie 13 tot schepen en 6 tot burgemeester benoemd werden.
Dit gebeurde ook in Zoersel. In 1921 wordt Trien Van Hemeldonck schepen. Dienstdoende burgemeester was Eduard Van Winckel. En de 2
de schepen was Jos Cop.

In de loop van september 1924 zien we dat Trien Van Hemeldonck dienstdoende burgemeester wordt. Vanaf 1.1.1925 wordt Trien tot burgemeester benoemd en dit tot 1938. Meer dan twee ambtstermijnen staat zij aan het hoofd van een nog typisch Kempische gemeente.
Dikwijls schrijven we in superlatieven dat zij de eerste vrouwelijke burgemeester was. Dit is zeker het geval als we het op Zoersels niveau bekijken, maar in gans Vlaanderen was, zoals hierboven reeds vermeld, dit zeker niet het geval. Leen Van Molle, doctor in de geschiedenis, landbouwgeschiedenis en vrouwengeschiedenis aan de KUL, heeft wat dit betreft wetenschappelijk onderzoek gedaan voor de provincie Oost -Vlaanderen. Hier waren in 1921 reeds in 27 gemeenten vrouwen actief als schepen en burgemeester. Feit is zeker dat zij zich moesten waarmaken in en optornen tegen een overheersende politieke mannenwereld.
Om het beleid van Trien Van Hemeldonck te kunnen evalueren hebben we het gemeentelijk archief nagetrokken. We namen de registers met gemeenteraadsverslagen en schepencollegeverslagen grondig door en ook de gemeentelijke jaarverslagen. Deze geven ons een duidelijk beeld van wat er zoal gebeurde in de gemeente.
Als voorbeeld halen we het jaarverslag van 1928 aan. Zoersel telde toen 1372 inwoners, van wie 718 mannen en 654 vrouwen. 353 mannen en 316 vrouwen hadden gemeentelijk stemrecht en 350 mannen en 1 vrouw mochten stemmen voor de Kamer en Senaat.
De gemeenteraad bestond uit : Catharina Van Hemeldonck,burgemeester, Jos Cop en Emiel Verhoeven, schepenen, en Frans De Breucker, Louis Bosch, Louis Verheyen, August Verrezen en August Bartholomeussen waren raadsleden.
De Commissie van Openbare Onderstand bestond uit 5 leden, deze waren Frans Truyen,voorzitter, en Jos Dens,Frans Severeyns,August Van Giel en Gustaaf Fastré raadsleden.
Er waren 252 leerplichtige kinderen en Zoersel telde 13 dienstplichtigen.
In Zoersel waren er 3 mechanische schrijnwerkerijen en 5 diamantslijperijen die allemaal reeds werkten met gas- of elektrische motoren. Er waren twee maalders: Henri Ceulemans in het dorp en Alfons Van Den Bulck in de Zandstraat. Verder was er 1 blokmakerij, 1 broodbakkerij, 3 slachters, 2 smeden en enkele mandenvlechters.
Grote investeringen gebeurden er niet. Jaarlijks werd er wat uitgegeven aan het onderhoud van de wegen en de werklozen werden hiervoor ingezet. De meisjesschool, Zusters van Vorselaar, was na de schoolstrijd in 1879 een door de gemeente aangenomen school en de gemeente betaalde daar 12 frank per leerling per jaar voor. In de jaren dertig wordt er ook regelmatig gesproken over de uitbreiding van het bovengrondse elektriciteitsnet. De jaarlijkse begroting gewone en buitengewone dienst lag net boven de 200.000 frank. Buiten de secretaris, Louis Peeters (tot 31.12.1924) en Georges Schrijvers (vanaf 1.1.1925), de veldwachter, Jules Van Giel, en de ontvanger Gustaaf Fastré was er geen ander perso neel in dienst. De uitgaven van de C.O.O. bedroegen iets meer dan 6000 frank op jaarbasis.
Zoersel was in die periode nog vooral de kleine Kempische gemeente onder de lindeboom, zonder veel invloeden van buitenaf en waar de pastoor en de burgemeester de scepter zwaaiden. Wat kan er op korte tijd veel veranderen……………..
Wat nog bezig is… TUSSEN de DODEN
Zoersel - Graffendonk:
een grafveld uit de metaaltijden

Ter gelegenheid van de ontdekking van een grafveld uit de metaaltijden organiseert de Heemkundige Kring Zoersel vzw een langlopende tentoonstelling in het Heemhuisje. Alle urnen die definitief bewaard worden in het archeologisch depot van de provincie Antwerpen komen voor een periode van 30 november 2012 tot 24 maart 2013 naar Zoersel voor deze tentoonstelling. Met dank aan de Provincie Antwerpen - dienst Archeologie. Ze is in deze periode alle zondagen gratis toegankelijk van 10.00 tot 17.00 uur.

Goed om weten…


Zoals u weet zijn we ook zeer nauw betrokken bij de cultuurraad en bij de werkgroep erfgoed/patrimonium. Dit betekent natuurlijk dat er ook vorig jaar allerhande gebeurtenissen en activiteiten op ons afkwamen waarvan we vonden dat “wij “ er iets voor moesten doen.

Zaken die vroeger gedragen werden door de milieuverenigingen Hart van de Kempen en Red de Voorkempen. Deze worden vandaag de dag door niemand meer gedragen. Vandaar dat wij het als Heemkundige Kring in belangrijke dossiers nodig vinden dit als een deel van onze doelstellingen te beschouwen. Vandaar dat u ons ook zal horen wanneer er in een aantal ruimtelijke ordenings- of milieudossiers iets dreigt mis te lopen. Daarom dat we nogal onze nek uitgestoken hebben in het dossier Nirotrans (1), waarover u hieronder onze argumentatie kan lezen, en in het dossier Risschot/Le Bon waarover later meer. Uiteraard blijven we ook de dossiers Groene Vogel en Martinushoeve met argusogen volgen.

1.- PERSMEDEDELING NIROTRANS

Op een vergadering van de GECORO (= Gemeentelijke Commissie voor Ruimtelijke Ordening, een gemeentelijke commissie die bij Vlaams Decreet in elke gemeente verplicht is ingesteld) op 30 juni 2011 werd de herziening van het GRS (Gemeentelijk Ruimtelijk Structuurplan ) besproken.
Dit document geeft de visie weer en bepaalt de leidraad over hoe Zoersel zich op halflange termijn ruimtelijk zal ontwikkelen. In deze bespreking werden voor Zoerseldorp twee knelpunten aangehaald en een visie daarover genotuleerd. Het eerste betrof de bestendiging van het uitdovend karakter van de Groene Vogel, een failliet tuincenter op de Rodendijk en het tweede de onverantwoorde niet vergunde inplanting en ontwikkeling van het bedrijf NIROTRANS in de Zandstraat. Hier werd gesteld dat herlokalisatie naar een KMO- of industriezone het enige ruimtelijke alternatief was. Door leden van de GECORO werd zeer duidelijk gesteld dat het bedrijf geen milieuvergunning had om zijn activiteiten daar uit te oefenen en te ontwikkelen. Zij mochten in de Zandstraat 104-106 alleen hun administratie (kantoor) en beperkte parking onderbrengen.
Hierop heeft het Schepencollege een milieuhandhavingsonderzoek laten uitvoeren en daaruit blijkt dat NIROTRANS op dit ogenblik voor geen enkele van zijn activiteiten, buiten het kantoor houden, een vergunning heeft: niet voor het onderbrengen van een herstelwerkplaats, niet voor het inrichten van een wasplaats dat milieuverontreiniging van grond en
rioolwater meebrengt, niet voor het stallen van 10 stellen trekkeropligger zoals in het weekend permanent gebeurt, niet voor het stockeren van duizenden liter diesel en niet voor het opslaan van verschillende gevaarlijke producten.
Het College van Burgemeester en Schepen had hier zeer veel elementen en argumenten om zijn verantwoordelijkheid te nemen, dwz het bedrijf herleiden naar zijn oorspronkelijke toelating en alle andere activiteiten, binnen een vastgelegde termijn verplaatsen naar een KMO- of industriezone.
In klare taal, dit bedrijf ruimtelijk herlokaliseren waar het thuishoort.
Het schepencollege neemt zijn verantwoordelijkheid echter niet en aanvaardt van het bedrijf een milieuvergunningsaanvraag klasse 2, waarbij het zijn activiteiten kan legaliseren en regulariseren binnen de Vlarem(milieu) wetgeving.
Belangrijk om te weten is dat de Vlarem wetgeving volledig losstaat van ruimtelijke omgevingfactoren en in zijn regelgeving ook geen rekening houdt met “waar” de inplanting gebeurt.
Dit betekent dat de poort wagenwijd openstaat naar alles laten zoals het is en verdere uitbreiding. Bouwaanvragen om dit te ondersteunen zullen niet lang op zich laten wachten.
Het openbaar onderzoek dat het college dient te organiseren bij een dergelijke aanvraag loopt nog tot 19 maart 2012.
Iedere burger kan zich hierover uitspreken door een bezwaarschrift in te dienen bij het College van Burgemeester en Schepenen.
Wanneer een bedrijf een regularisatie aanvraagt dient het college een procedure te volgen, maar waarom zou het college zich binnen enkele weken, wanneer het openbaar onderzoek afgelopen is, WEL uitspreken voor een herlokalisatie, waar zij dat in eerste instantie, na het onderzoek, met zeer heldere elementen en argumenten NIET gedaan heeft.
Is dit zijn verantwoordelijkheid ontlopen en de bal doorschuiven naar de burgers en de bevolking?
Bij weinig reactie op het openbaar onderzoek zal dit wel een argument zijn om de regularisatie, definitieve inplanting en uitbreiding goed te keuren. Een tweede argument dat men zeker gaat gebruiken is het economische belang en tewerkstelling. Twee elementen die helemaal niet zwaar doorwegen, temeer daar men moet weten dat de firma NIROTRANS rijdt met onder andere buitenlandse (goedkopere) chauffeurs en hiervoor de woning op Zandstraat nr. 110, die zij onlangs bij aankochten, als logementhuis gebruiken.

Vandaar deze oproep aan iedere Zoerselaar om tot en met 19 maart 2012 een bezwaarschrift in te dienen, zodat het Zoersels college zijn verantwoordelijkheid niet kan ontlopen.

Hiervoor kan iedereen volgende ruimtelijke ordeningsargumenten gebruiken:
1. Een dergelijke inplanting met opslag van duizenden liter diesel, gevaarlijke stoffen en detergenten kan niet binnen een in het gewestplan rood ingekleurde woonzone.
2. Deze inplanting is niet conform met de visie van het Gemeentelijk Ruimtelijk Structuurplan Zoersel.
3. Het is onlogisch dat wanneer het bestuur voor 100 % gaat voor de ring rond Zoersel om het zwaar verkeer uit de dorpskern te mijden dat men binnen deze dorpskern zich een firma voor zwaar transport laat ontwikkelen die langs alle kanten (Rodendijk,Oost- en Westmallebaan, Kerkstraat) de dorpskern gaat belasten.
4. Het is nog meer onlogisch wanneer men in het Dorp een herinrichting van de dorpskern plant die vele miljoenen gaat kosten aan de gemeenschap en langs de andere kant enkele honderden meter verder toelaat dat een transportfirma, vergelijk met Van Aerde in Halle, zich te ontwikkelen.
5. De definitieve inplanting is een zeer zware belasting op de mobiliteit op de gewestweg. De toelating houdt in het stationeren van 10 combinaties trekker oplegger. Deze dienen allemaal achteruit binnen te rijden, waarbij personeel klak-keloos het verkeer op de gewestweg stillegt. Er ontstaan steeds files van op de Rodendijk tot aan het Lindepaviljoen.
Vele chauffeurs van DE LIJN lopen hier minuten vertraging op, op hun rittenschema.
6. Een zeer zwaar argument tegen is de zware belasting op de buurt en zijn bewoners. Het is niet alleen een visuele be-lasting, maar de opslag van zoveel diesel en gevaarlijke producten is onverantwoord in een woonzone om nog maar te zwijgen over de geluidshinder en -overlast wanneer de trekkers zich om 4.00/5.00 uur ’s morgens warmdraaien.

VANDAAR, ZOERSEL REAGEER NU, EN PLAATS HET SCHEPENCOLLEGE, DWZ CD&V, NVA, GROEN en SPA VOOR HUN VERANTWOORDELIJKHEID.

V.U. : actiegroep N T, Schoolstraat 9 te 2980 Zoersel

2.- OPEN MONUMENTENDAG

Vanuit ons engagement in de cultuurraad en de werkgroep erfgoed groeien dikwijls een aantal activiteiten, zoals bijvoorbeeld de jaarlijkse deelname aan de Open Monumentendag.
In 2012 zetten we onder het Vlaamse thema een tentoonstelling op in “De Bijl”. Deze tentoonstelling handelde over de geschiedenis van ‘De Bijl’ als muziek en danstempel, over de restauratie van het orgel uit de Sint-Elisabethkerk en over de Harmonie De Eendracht waarvan we een aantal oude instrumenten konden tonen. De speech bij de opening van deze tentoonstelling drukken we hier integraal af.

Mevrouw de Burgemeester,
Leden van het schepencollege en de Gemeenteraad,
Geachte aanwezigen,

Beste vrienden,
Toen wij een aantal maanden geleden vernamen dat vandaag op 7 september in de kerk het Lodewijk De Vocht concert zou doorgaan hebben wij onmiddellijk van de gelegenheid gebruik gemaakt om aansluitend aan het concert in Zoersel reeds de Open Monumentendag van start te laten gaan met de opening van deze tentoonstelling.
Het thema van de Open Monumentendag is dit jaar “Muziek, woord en beeld” , een uitgelezen thema dus om de twee aan elkaar te koppelen.
In de tentoonstelling hebben wij volgende onderwerpen verwerkt :

1.De Bijl

Het cultuurhuis waar we hier staan was in de twintigste eeuw het lokaal van de toneel- en zangvereniging, na dien fanfare De Lindekring. In de zaal waar we hier staan werd vroeger toneel gespeeld. “s Zondags werd er dan gerepeteerd door de fanfare.
De zaal deed ook dienst als feestzaal. Hier werden tientallen bals gegeven. Velen hebben hier inderdaad hun eerste lief gekust

2. Het tweede onderwerp is, hoe kan het ook anders, het Pescheurorgel in de Sint-Elisabethkerk.
Dit werd gerestaureerd eind jaren negentig en terug ingespeeld in 2001.

De Heemkundige Kring volgde deze restauratie van zeer nabij en wij hebben hierover een uitgebreid fotoar-chief. Deze OMD was nogmaals de gelegenheid om dit aan de bevolking te tonen. U zal verwonderd zijn wat er allemaal in die orgelkast zit.

Zondag zal ter gelegenheid van de OMD Jan Van Mol, gekend Zoersels orgelvirtuoos, het orgel bespelen.
Als laatste tonen we u enkele oude instrumenten van harmonie Eendracht Maakt Macht. Door hun ge-dwongen verhuis eind vorig jaar maakten zij van de gelegenheid gebruik om hun oude instrumenten en oude uniformen aan de Heemkring te schenken. Om een aantal mensen te herinneren aan een bepaalde belofte betrokken we de Harmonie bij deze tentoonstelling.

Zoals u vaststelt hebben wij het OMD-thema met een aantal verschillende facetten kunnen in de kijker zet-ten. Hier kan u geen muziek horen , maar muziek zien.
Ik wens iedereen veel kijkgenot.
Verschillende leden van de Heemkundige Kring zijn hier aanwezig en u kan hen steeds een vraag stellen over de drie onderwerpen.


Ik dank u

3.- CULTUURPRIJS 2012


We waren nauw betrokken bij de uitreiking van de cultuurprijs 2012, waar één van onze bestuursleden, Leo Cautereels, laureaat was. Onze H.K.Z.- voorzitter werd gevraagd hiervoor de laudatio uit te spreken, wat hij graag aannam.
Wij vinden het dan ook gepast onze oorspronkelijke tekst als een stuk geschiedenis te publiceren.

Geachte aanwezigen,
Beste vrienden,

In de zoektocht om vandaag de laudatio uit te spreken voor één van de genomineerden voor de cultuurprijs 2012, namelijk Leo Cautereels, kwamen we terecht bij zijn vriend Eddy Boutmans.

Toen we hem hiervoor contacteerden gaf hij ons te kennen dat hij het zeer graag had gedaan maar dat hij helaas vandaag niet beschikbaar was wegens beroepsbezigheden.
Maar, om toch zijn steentje bij te dragen, heeft hij ons een tekst bezorgd, waarvan ik de eer zal hebben u deze zo dadelijk voor te lezen,
Buiten het Boutmans petje, zal ik ook nog even mijn eigen pet terug opzetten en misschien kom ik onderweg nog wel iemand tegen.
Beste toehoorders ik geef dus nu eerst lezing van de brief van Eddy Boutmans. Voor wie Eddy niet kent, hij was en is actief in de Vlaamse politieke arena voor het vroegere Agalev en nu Groen! en is Europees parlementslid voor Groen!.
Ik zal nu even terug van pet wisselen en wat in mijn eigen naam zeggen.
Toen wij in 1973 als jong koppel in Zoersel terechtkwamen en als allochtonen (dit woord heeft nu een heel andere betekenis gekregen) overtuigd waren dat we ons moesten integreren, inburgeren in de kleine lokale Zoerselse gemeenschap maakten we zeer snel kennis met de milieubeweging Hart van de Kempen.

Laat nu Leo Cautereels zeer actief zijn in deze milieubeweging en milieukrant dan is de binding snel gelegd.
Leo had een jaar voordien met enkele vrienden de vereniging “De Vrienden van het Boshuisje en het Zoerselbos” opgericht.
Via enkele autochtonen, zoals Amedé Goossens, Francine Belleken, Staf Verbist en anderen en mijn wekelijks ’s zondags bezoek aan café de Ster, om een kaartje te leggen, behaalden wij in de kortste keren ons inburgeringsattest.
Laat nu ook in deze periode Rika De Backer het jaar van het dorp uitroepen, waarvoor in Zoersel vanuit de milieubeweging een tentoonstelling werd opgezet in het bakhuis van het molenhuis. De uitloper hiervan werd de oprichting in 1977 van de Heemkundige Kring waar zowel Leo als ikzelf stichtende leden zijn

We kennen elkaar dus een klein 40 jaar en zijn ondertussen ook wat zielsgenoten geworden.
Waar Leo al zijn energie moest steken in de 13-jarige klasseringstrijd rond het Zoerselbos richtte ikzelf mijn pijlen meer op de uitbouw van de Heemkring.
Ik heb Leo in deze periode in vele gedaanten gezien, als barman in de Vagant, als voorzitter van de Vrienden, als gedreven milieuactivist (denk maar aan de raketten, kernenergie en de hoogspanningslijn), als bibliothecaris op UFSIA ,departement geschiedenis waar hij een groot netwerk uitbouwde met hedendaagse historici, die toen nog student waren, o.a. Bruno De Wever, als “Vriend van Cuba” waar hij samen met Martine Tanghe een werkstagerondreis maakte, als ambtenaar bij het Europees Parlement in de schaduw van Paul Staes, als schepen voor Groen en Milieu in Zoersel, als notoir ‘tripel’ kenner en -drinker, als koppige maar zachtaardige Kempenaar, als Kees van de Pittinckx en misschien vergeet ik er nog wel een aantal.
Over elke gedaante zijn uren verhalen te vertellen, maar allemaal zijn ze getekend door gedrevenheid, nooit agressief maar steeds goedwetend en vooruitdenkend welk doel moest bereikt worden en doorspekt met de humor.
Laat me toe om toch nog enkele dingen toe te lichten aangaande het Zoerselbos, dat hem steeds mis-schien wel het meeste en het nauwste aan het hart gelegen heeft.
Wanneer we zien, na de oprichting van de Vrienden van het Zoerselbos in 1972 welke administratieve en juridische strijd is moeten gevoerd worden om de klassering in twee fasen in 13 jaar te realiseren, dan kunnen we zeggen DAT is de verdienste van één man, DE man die sinds 40 jaar rotsvast in dit project gelooft en blijft geloven. Hij heeft waarschijnlijk in 1972 alleen maar gedroomd welke vlucht dit project heeft kunnen kennen. Vandaag staat hij nog steeds op de boeg van dit schip en droomt hij van de volgende 40 jaar.
Beste Zoerselaars, één feit moeten we ons goed realiseren, zonder Leo Cautereels zou het Zoerselbos er vandaag niet meer zijn, maar verkaveld zijn naar residentiële villawijken en naar een pretpark a la Bobbe-jaanland, de Lilse Bergen of Walibi.
De strijd om dit te realiseren is hard en moeilijk geweest, dikwijls tegen de bierkaai en tegen windmolens in. Ook vanuit de gemeente moest in die periode nooit op enige steun gerekend worden.
Ik heb mij de laatste weken de moeite getroost om de milieukranten en de ‘Zoerselbos-info’s’ nog eens door te nemen. Het zou me veel te ver leiden om hierop in te gaan, maar ik zou iedereen de raad geven om dit ook eens te doen.
Vandaag zien we dat het bezoekerscentrum Zoerselbos, dat als enig bezoekerscentrum in Vlaanderen bemand en uitgebaat wordt door 40 vrijwilligers, jaarlijks 13/14.000 bezoekers trekt,dat is dus de voorbije 10 jaar 120/130.000 bezoekers. Wie kan dergelijk palmares voorleggen. En we weten dat dit maar een fractie is van de honderdduizenden die in de periode het bos bezochten en bewandeld hebben.
Vele honderdduizenden zullen dit ook na de voltooiing van het natuurinrichtingsproject door de Vlaamse overheid de volgende decennia kunnen blijven doen.

Ik durf dan ook vandaag stellen, als er in Zoersel iemand een standbeeld verdient, dan is het niet Kiekeboe, maar Leo Cautereels.


Als er in Zoersel iemand ereburger zou moeten zijn, dan zijn het niet mensen die door hun commerciële carrière verdienste hebben verworven, maar dan is het een man zoals Leo Cautereels die zich zijn hele leven belangloos hiervoor ingezet heeft en hiervan zijn levensdoel gemaakt heeft.
Met succes trouwens.

En om af te sloaten moet ek tog nog efkens de klak opzette van Kees van de Pittinckx.
Ge wet sinds het leste verkiezingsbloaike van de blauw, dat em now in de dennen zit, in Westmal.
Mor hij is nog alted goe gezond en nog goe bij de zijne.
’t Was laank geleje dat wem nog es goord hadde. k’goan hem dan ook somteds bezuke om samen nen trippel van Westmal te drinke.

Oep eens kwam da ter sproake, en k’eb toeng nog gezee: “Joeng als er ene ne prijs van de gemente voar cultuur zou moete krijge, dan zijde gij da wel.

En ziet, Kees, vandaog is da zovaar…
En t’doe mij godverdoeme hieel veul deugd. Leo, Proficiat,

4.- Lid van de ‘Heemkundige Kring Zoersel’
     v.z.w.- 2013

U weet bij ons is één lidmaatschap geldig voor het ganse gezin. Dank aan de getrouwen die betaalden voor 2013.
Kijk op uw adresetiket. Staat er een ander jaartal dan 2013 op het etiket of staat er xxx op afgedrukt dan betekent dit dat wij uw betaling 2013 nog verwachten.
Wij vragen dan ook vriendelijk u in regel te stellen met het bijgevoegde overschrijvingsformulier op de H.K.Z. rekening nr. BE85 9796 2311 8406 met de vermelding ‘lidmaatschap 2013’
U kiest voor: gewoon lid = Euro 7,00.-
steunend lid = Euro 13,00.-
erelid = Euro 25,00.-

5.- Schenkingen


Fam. Marc Frateur - Zoersel: taalcursus met 78 en 45 toeren platen, radio-transistor PHILIPS met bandopnemer.
Fam. Leonard Antoine - Zoersel: draagbare stencilmachine
Fam. J.Gijbels - Zoersel: 2 inktpotten voor houten banken, houten tapkraan, hekel (om vlas te karen), 2 tollen, klemmen, kraaienpoot, wereldbol, geschriften.
Fam. Spybrouck - Zoersel: 2 kleine en 1 grote inktfles, meetstok, 2 vaasjes

Aan alle schenkers nogmaals hartelijk dank.

6.- Museum ‘de Groot Zoerselse Geschiedenis’.
Het museum is elke 3de zondag van elke maand open van 10,00 tot 17,00 uur.
Voor de volgende maanden in 2013 is dat op 17 maart, 21 april, 19 mei, 16 juni, 21 juli, 18 augustus maar uitzonderlijk ook nog op 24 februari, 3 maart, 10 maart en 24 maart.
Op deze dagen is de inkom gratis.
Groepsbezoeken kunnen aangevraagd worden via e-mail:

heemkundige.kring.zoersel@zoersel.be

Liefst 3 weken vooraf. Inkom is dan Euro 1,00.- p/p met een minimum van Euro 10,00.-
Gids inbegrepen.
Broodmaaltijd mogelijk aan Euro 10,00 p/p.

7.- Archief en documentatiecentrum.
Ons archief en documentatiecentrum, boven op zolder, is elke donderdagavond open vanaf 20,00 uur, behalve op feest-dagen en in het schoolverlof.
HEEMKUNDIGE KRING ZOERSEL v.z.w.
Niet van gisteren …